PlotTwist

Spelregels

Hoe PlotTwist werkt

De spelers behandelen een casus die stap voor stap verandert. Het doel is niet het perfecte antwoord, maar laten zien dat je kunt bijsturen als de situatie verandert.

PlotTwist draait niet om het raden van de juiste kaart. PlotTwist draait om blijven denken terwijl de situatie verandert.

Een uitwerking van CalmPoint

PlotTwist speelbord, kaarten en dobbelsteen

Kaartsoorten

Vijf kaarttypen bouwen samen de casus

Elke kleur staat voor een rol in het spel — precies zoals op de fysieke kaarten.

Basiskaart

Het type situatie. Kort en algemeen — nog zonder volledige context.

Aanleidingskaart

Waarom er contact is. De eerste melding, nog beperkt.

Contextkaart (nieuwe informatie)

Extra informatie die het plan moet veranderen. Voorheen ‘omstandigheid’ genoemd.

Wendingkaart

PlotTwist: de situatie krijgt een nieuwe richting. De D12 bepaalt welke optie geldt.

Actiekaart

Eén concrete stap in je stappenplan. Binnen een puntbudget van maximaal 40 punten.

Spelverloop

Een ronde duurt ongeveer 20 minuten

Start met weinig informatie. Handel. Krijg nieuwe informatie. Pas aan. Krijg een wending. Pas opnieuw aan. Reflecteer.

  1. 1.

    Basis + aanleiding · 1 min

    Alleen de eerste melding is bekend.

  2. 2.

    Ronde 1 — Eerste reactie · 2 min

    Maximaal 3 acties: wat doe je direct?

  3. 3.

    Ronde 2 — Nieuwe informatie · 3 min

    Contextkaart open. Plan aanpassen met zichtbaar effect.

  4. 4.

    Ronde 3 — Eerste PlotTwist · 3 min

    Wending + D12. Maximaal 3 wijzigingen in het plan.

  5. 5.

    Ronde 4 — Drukverhoging · 3 min

    Extra context of tweede wending. Plan moet logisch blijven.

  6. 6.

    Ronde 5 — Definitief plan · 2 min

    Plan afronden binnen 40 punten, richting 6–8 acties.

  7. 7.

    Reflectie · 6 min

    Bespreken met vaste vragen en heroverweging.

Tijdsindeling

Per fase

FaseTijd
Basis + aanleiding1 min
Eerste reactie2 min
Nieuwe informatie3 min
Eerste PlotTwist3 min
Drukverhoging3 min
Definitief plan2 min
Reflectie6 min

Heroverweging

Verplicht na elke kaart

  • Bevestigen: deze actie blijft goed.
  • Aanpassen: deze actie moet anders of later.
  • Schrappen: deze actie past niet meer.

Reflectie

Vaste reflectievragen

  1. 1. Wat was jullie eerste prioriteit?
  2. 2. Welke informatie miste je?
  3. 3. Welke kaart moest je aanpassen door nieuwe informatie?
  4. 4. Welke actie kwam te vroeg?
  5. 5. Welke actie kwam te laat?
  6. 6. Welke keuze maakte het verschil?
  7. 7. Wat zou je in de praktijk anders doen?

Niveaus

Vier moeilijkheidsniveaus

Niveau 1 — Instap

Basis, aanleiding, 1 context, 1 wending.

Niveau 2 — Praktijk

Basis, aanleiding, 2 context, 1 wending.

Niveau 3 — Druk

2 context, 2 wendingen, beperkte inzetkaarten.

Niveau 4 — Expert

3 context, 2 wendingen, strakke tijd en puntlimiet.

Varianten

Bordspel, digitaal en demo

Dezelfde spelregels en fases. Het bordspel is de training aan tafel; digitaal is schaalbaar inzetbaar. De demo is een aparte testvariant om het idee te proeven.